Locatie-specifiek onderzoek spuitzone, een verplichting?
In de bollenteeltgebieden zijn veel voormalige agrarische locaties gewijzigd naar woonlocaties. De voormalige bedrijfswoning werd meestal planologisch omgezet naar een burgerwoning en in ruil voor sloop van bedrijfsgebouwen en kassen mocht een extra woning worden neergezet. Dit zijn de zogeheten GOM-woningen.
Veel van deze locaties liggen dichtbij of grenzen aan gronden met bollenteelt. Op dit moment is dit gebied een groot kleurenpallet, het ziet er prachtig uit. De andere kant is de weerbarstige praktijk. Uit ervaring weet ik dat de initiatiefnemers nog steeds graag woningen willen bouwen of voormalige bollenschuren willen transformeren naar woningen. Dit wordt wel steeds lastiger. Het nieuwe Programma Landelijk gebied & Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek geeft aan hoe complex het is om echte keuzes te maken. Het is lastig balanceren op het koord van het wankele evenwicht tussen landschap, wonen, bodem, bollenteelt, innovatie en klimaatverandering.
Direct weigeren of toch nog locatie-specifiek onderzoek spuitzone? In een uitspraak van 1 april 2026 (ABRS 1 april 2026, no. 202402910/1/R3) overweegt de Raad van State dat de gemeente de initiatiefnemer in de gelegenheid had moeten stellen een locatie-specifiek onderzoek aan te leveren. De raad had het bestemmingsplan in kwestie niet vastgesteld met als argument dat er een locatie-specifiek onderzoek ontbrak. De beoogde woonbestemming ligt op een afstand van slechts 5 meter van een agrarisch perceel met bollenteelt. Volgens de raad is onvoldoende aangetoond dat die afstand aanvaardbaar is. Die gedachte van de gemeente kan ik volgen en de weigering tot vaststelling ook. 5 meter is immers een erg korte afstand tot de tuin van een woning. Een afstand die je feitelijk ook niet kunt wijzigen. Een meer praktisch argument kan zijn: ga je de initiatiefnemer nog op extra kosten jagen voor een dergelijk onderzoek bij zo’n kleine afstand?
Als we kijken naar het uitgangspunt van de Raad van State is deze uitspraak echter niet zo vreemd. De Afdeling geeft immers aan dat over het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid niet onredelijk wordt geacht, maar dat het wel mogelijk is deze afstand te verkleinen. Daaraan moet een deugdelijke motivering ten grondslag liggen. Dat is ook logisch, want de verschillen tussen het gebruik en de frequentie van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verschillen nogal per teelt en per locatie. Het zorgvuldigheidsbeginsel speelt bij besluitvorming dus een grote rol. De gemeente moet de nodige informatie voor besluitvorming vergaren, waaronder locatie-specifiek onderzoek spuitzone.

Nieuw! Cursus spuitzones in de gemeentelijke praktijk
Bij veel gemeenten liggen aanvragen voor woningen onnodig stil vanwege spuitzones. Dat kan gaan om nieuwe woningen, maar ook om omzetting van voormalige agrarische locaties. Inzicht in spuitzonering helpt om weer beweging in aanvragen te krijgen. Of om beter beleid over spuitzones te maken. Lees meer over deze cursus.
Doelgroep: RO-medewerkers, zoals juristen, planologen en beleidsmedewerkers werkzaam bij gemeenten, adviesbureaus en omgevingsdiensten. Je hebt een minimale werkervaring in RO van 3 jaar.